• De legendarische dokter Michel Indesteege

    Indesteege.jpg

    Net als je hier enkele versjes van Michel Indesteege wil ten-toon-stellen is je klassement in perdél. De dokter schreef van die vluggertjes waar je langer iets aan hebt.

    Zijn twaalfe gebod was vriendelijk en mild. Telkens in december stuurde hij je zijn bijzondere nieuwjaarswensen. Sportief werden citroenen weer knollen. In zijn typische gilet of liever waemeske kon hij de mens goedlachs in het hemd zetten. Heerlijk, met een feestelijke vlinderkraag, net, zoals zijn eigenste vader dat nog droeg.

    Feitelijk werd elke ontmoeting een oud op nieuw. De schalkse uiter, de causeur of de sauseur op het leven.

    Ook de voetbalkrop als voorzitter van Thor Waterschei. Kerk & leven had hij lang voordat het parochieblad zo werd omgedoopt. Hij hield niet van een kerkfabriek aan de lopende band. Een man die in de wolken was zonder ooit in een vliegmachine te zitten.

    Zijn specialiteit was neus, keel en oor, begaan met gans de mens.

    Rond hem hing de MI-zweem, vrolijke noten op zijn Limburgse zang in het Gènker.

    Nadat hij je dochtertjes medisch had verzorgd, enthousiasmeerde hij: "Vooruit met de geit!" Waarop één opvolgertje aan de mama vraagt: "Wat zegt-ie nu vuiligheid?"

    Na de amandelen kwamen de snoepjes van Melle. Afzonderlijke patiënten die samen trouwden, mochten kort bijeen in zijn fichebak.

    Hallo, Michel? Maar je zei dokter.

     

     15.01.1927 - 17.07.2014 

  • In de maalstroom van de regen

    Een dierenvriend zijn, dat is door je vrouw geweten. Het moet van twee kanten komen.

    Deze week was het kot hier veel te groot. De wc stond onder water en niet van naast de kwestie. Ook in de corridor leek het wassende water aan de gang. De trouwboekjehoudster ontevreden om niet alleen met jou de vloer te mogen aanvegen.

    Een gevelstuk was gladjes van de aanhoudende en buitenechtelijke regen: geen manna maar drama uit de lucht.

    De dakwerker gebeld op zijn huisnummer maar die zat in Brazilië te vrouwenbruinen en had blijkbaar geen vervanger.

    Voordien ook reeds de klusjesdienst gecontacteerd naar jaarlijks gewoonte om de de dakgoten en de kelen proper te houden. Doch ook geen manusje-van-alles, had nu ander natten te geselen. 

    Een kennissenenhulpje was al wel en snel geweest, om de dunne darm na te zien maar de slokdarm lag hem te hoog.

    In de goot kent men zijn vrienden. Tja, de rasmussen - niet de doortrapper - afwezig. Anders kelen ze van tjilp, tjilp, tjilp, hoera. Vleugellamlendigen. Ze gebruiken het balcon als aanvlieghaven en zijn  hier ergens op logie. Ze bedrijven de liefde in drie delen,winkelieren en tintelen wippend op balustrade. Gewoon huismussen, wel van de troostrijke gezinnen.

    Ondertussen had het weer je een grote druiloor aangemeten, dweilen met de traan open.

    Plots was de nieuwe dakwerker uitgerukt met zwaar materiaal. Er werd een hoge ladder uitgestoken voorbij de watervallige muur en de schoonzoon manoeuvreerde zich onder het deksel van de de pannenrups. Tot deze opeens een vogelnest uitstak.

    Zonderling en voor de twee kwimussen onwennig. Ze weten wellicht nog niet welke plek ze weer gaan inpakken.

    Je vrouw heeft een luchtfruitstuk opgehangen, maar ze vallen niet over een bananenschil. 

    Denk je aan de piet, dan nog meer aan piaf, de Winterslagstraatmus.