• Geld, drank en gekkere wijven

    Geld, drank en gekkere wijven

    dat is het waar men in het leven van praat

    daar kun je mee in leven grijzen

    dat maakt dat kleuren met verven gaat


    naar Gerrit Dekzeil, van Wim Schippers

  • Vermageren of afkalven

    Een gezicht om bonen uit een fles te pikken. Nu een ballon, ballonnetjes, een vet verhaal, maar het loopt niet gesmeerd. Als ik een foto van vroeger bekijk, sta ik er maar half op en het trok vroeger al op niet veel.

    Thans lijkt het een groepsfoto, maar dan eerder het mislukte troepenkamp. Mijn wangen zijn een blaasbalg met tekort aan adem, mijn neus kan je beter in de gaten houden, mijn kin ziet dubbel, heeft een terras zonder rookvergunning. Opbollend, meloenachtig, mijn mond tuit, de lippen négeren. Om verder te kletsen, ik heb een dikke nek op de hals gehaald, het is haast halsoverkop.

    Zonder cupfinale of implantaat zijn mijn borsten een opgezet spel. Mijn buik is een blinde erker, er is ontsporing, mijn lever, maag en darmen leunen gevaarlijk naar buiten. Ik ben bemiddeld, ik heb banden met, ophopingen van uitvluchten. Mijn lende is ellende geworden. Het wordt nog meer, een heel velellende. Flets en kwak, het hangt er van af.

    Het zit niet goed met mij. Al leidt mijn navel ook een teruggetrokken bestaan, al ben ik niet met de helm geboren, ik heb hem. Een potteke vet al op de buikpens gezet. Ik promoveer straks nog met in het honderd gelopen vierkante billen, alsof ik het nog niet genoeg op de heupen heb gekregen. Zo word je Angelsnert Blubberdinck.

    Op de trap gaan zitten om met schoenen aan te knopen. Een leven dat sloft of loopt op mocassins, met een gekke wandelstok als schoenaantrekker. Met ritssluitingen val ik nooit in de juiste plooi en met veters lig ik in een knoop. Zonder ritsen en veters geeft het schoen aantrekken reeds problemen. Mijn vrouw verwacht dat ik dezelfde schoenkleur aantrek als mijn riem. Prangend, maar dan zie ik mijn broeksriem al lang niet meer. Zelfs dat moet ik mij allemaal aantrekken. Vormgebrek.

    Mijn marcelleke is geen vertelseltje, als ik mijn vest wil toeknopen moet ik mijn adem inhouden, schiet mijn achterbolwerk als een bliksemschicht door de slippen. In afwachting dat de voorkamer losbreekt en de knoop vlucht en floep wegspringt. Haast hetzelfde met het op- en toetrekken van mijn pantalon. Al goed dat er mijn broek niet van afvalt. Wie geen maat houdt, heeft geen vrienden.

    Mijn HTG, hoogst toegelaten gewicht, is reeds lang overeten. Ik heb het liggen, ik groei nog enkel horizontaal. Er wordt het BPA genoemd, bijzonder plan aanleg. Of RUP: rats uit profiel. Goed, elk pond gaat door de mond, maar altijd dat blijven hangen. Dat je slechts zo dik bent al je jezelf voelt, ziet er wel niet naar uit. En ik word er ook niet vrolijker op. Ik heb reeds drie weegschalen versleten, ik blijf op mijn kilo's, het helpt er allemaal geen dikzak aan. Alleen de batterijen geraken platter.

    Jawel, ik heb er wel wat aan gedaan, tot klojojo aangedaan. Ik ben met wier in zee gegaan tot ik verdronk in de honger, heb op mijn kinnetje geklopt tot Dr. Spock-out lag, ik heb plat water gedronken tot ik een waterval werd, ik heb de voedingsstoffen uit elkaar gehouden, al voorgesorteerd voordat het afval werd. Tot het weer verkeerd liep of uitdraaide, doch uiteindelijk hielp het allemaal niets. Bolletjeskermis. Diëten om mezelf aan het lijntje te houden, daar ben ik vet mee. Mijn hemden krimpen in de was, ik breid gestadig uit.

    Vet is waar en verlies ik na martelgang telkens telkens enkele kilo's, doch zonder zoeken vind ik ze dadelijk terug en er kan nog altijd eentje bij. Hoe meer kilo's, hoe minder vreugde achterna. Het is meer opvallen dan afvallen. Soms hoor ik mijn buik groeien. Een slechte vertaling van ga en vermenigvuldig u. Kwestie van aankomen. Dikkertjedik. Wie zoet is krijgt lekker. Vet, ja!

    Vermageringspillen, zalfjes en uitlijnapparaten heb je voor de kost, je kan er beter eten en drinken voor kopen! Aan lightproducten til ik zwaar, het astronautenvoedsel wens ik naar de maan. Toch wil ik weer vermageren, afkalven, afscheid nemen. Afijn, maar niet met de vinger in de keel, dan nog liever in de lucht. Niet wachten tot de dood dat ambtshalve doet. Meer zijn met minder. Bij nader afzien heeft versterven veel van sterven. Nog enkel een zoete inval, vette verhaaltjes en gebakken lucht. Een nieuw soort nouvelle cuisine: meer opscheppen dan op tafel komt. Meer wegen: bewegen.

    Dames mogen mij corpulent weten, mij vet roemen. Maar als mijn kleindochter zegt: ”Opa, je hebt een dikke buik,” dát is er te veel aan.